Bij Postzegel-verzamelen hoort ruilen, kopen en verkopen en dus een catalogus met een uniek postzegel-ID

Ik heb het al meerdere malen gezegd maar de drijfveer van elke verzamelaar is hebzucht. De postzegelverzamelaar, hoe oud, wijs en gedistingeerd ook, maakt daarop geen uitzondering.  Natuurlijk zal de status van de verzamelaar gemeten worden naar de uniciteit en zeldzaamheid van de verzamelde objecten, óf de pure omvang. Dat laatste grijpt de verzamelaar natuurlijk figuurlijk naar de keel, want het compleet maken van een verzameling is een heilig doel en drijft de verzamelaar tot doorgaan.

postzegelcatalogiNu heeft het verzamelen van postzegels een paar kenmerken die andere verzamelobjecten niet bezitten: alle in deze wereld (vanaf 1840 toen Groot-Brittannië de eerste postzegels uitgaf; in Nederland verscheen de eerste postzegel in 1851) gecategoriseerd, waarbij ieder unieke postzegel een eigen nummer heeft, en van een (theoretische/geschatte!?) waarde in het handelsverkeer is voorzien. Als je de moeite neemt de postzegels van alle (oud) landen bij elkaar optelt kom je nu rond zo’n 700.000 verschillende postzegels op de wereld.

En dit feit, dat alle postzegels gecatalogiseerd en genummerd zijn, maakt het zoeken naar ontbrekende exemplaren, het ruilen en de koop/verkoop van postzegels en dus het compleet maken een stuk gemakkelijker en doelgerichter. Het catalogiseren is één van de  redenen van het wereldwijde populariteit van postzegels-verzamelen: verzamelaars kunnen onderling gemakkelijk communiceren en men weet wanneer men de status van ‘compleet’-zijn heeft bereikt.

Bijna ieder land heeft voor zijn verzamelgebied een eigen catalogus met heel veel details over de uitgiftes, variëteiten en bijvoorbeeld misdrukken. Deze officiële lokale postzegelcatalogi worden vaak uitgegeven door de verenigde postzegelhandelaren in dat land. In Nederland heb je de ‘Speciale Catalogus’ van de NVPH (Nederlandse Vereniging Postzegel Handelaren). In België wordt de officiële postzegel-catalogus uitgegeven door de BBKPH (Belgische Beroepskamer van Postzegelhandelaren). Verzamel je meer dan alleen je ‘eigen’ land (de meerderheid van de postzegelverzamelaars) dan ben je aangewezen op wereldcatalogi, die nu – in boekvorm –  worden uitgegeven door private uitgevers: de Engelse Stanley Gibbons, de France Yvert-Tellier, de Amerikaanse Scott en de Duitse Michel.

postzegelcatalogus belgië  NVHP Speciale Catalogus NederlAnd en Overzeese gebiedsdelen  yvert en tellier wereld postzegel catalogus  Stanley Gibbons postzegelcatalogus michel wereld catalogus postzegels

Die (gedrukte) catalogi zijn (of moet ik nu zeggen ‘waren’) niet alleen belangrijk om te weten “of je al compleet bent” maar vooral ook in de onderlinge communicatie van de verzamelaar in “vraag” en “aanbod”. Als je een bepaalde postzegel mist is het communiceren van het nummer van die postzegel genoeg om elke mede-verzamelaar eenduidig te laten weten om welke zegel het gaat. Dat wil zeggen ‘mede-verzamelaar die dezelfde catalogus gebruikt voor het ordenen van zijn verzameling‘, want – misschien verrassend voor niet-verzamelaars – iedere uitgever van postzegelcatalogi hanteert zijn eigen nummering en systematiek!

Hoe dom eigenlijk en hoe nadelig voor een (on-line) wereldwijde transparantie van de ruil-handel in postzegels. In het woordje “on-line” zit nu opeens het urgente probleem. Ik zal dat in een ander artikel uitleggen. De traditionele print catalogus uitgevers zouden zich daar ernstige zorgen over moeten maken.

Een postzegelcatalogus onderscheidt zich op vijf onderdelen van elkaar: de systematiek (in de Yvert en de Nederlandse NVPH catalogus bijvoorbeeld worden luchtpostzegels apart gecategoriseerd, in de Michel niet.), de nummering, de diepgang van de informatie over de postzegel, de prijs en de taal. Nummering en systematiek hangen nauw samen.

Deze combinatie van de invulling bepaald de toegevoegde waarde van de catalogus voor haar gebruiker. Zonder nummering geen catalogisering, maar van alle items is dat de minst onderscheidende. En juist over die nummering doen de uitgevers van catalogi heel gestrest. In de Nederlandse NVHP-catalogus (ik citeer editie 2015) viel mij oog op de volgende passage, nadat een jurist zich daarvoor in een complexe tekst de auteursrechten voorbehoud (wat gezien de werking van de wet helemaal niet nodig is, de vorm van de gedrukte catalogus is sowieso beschermt, wat je daarover verder nog aan woorden vuil maakt), maar de uitgever vindt haar nummering ook vallen onder de auteurswet (waar nog wel iets over valt af te dingen) en geeft “vrijstelling” van de eerder geëiste toestemming van het gebruik van de door haar uitgegeven nummers in de volgende bewoordingen:

  1. het gebruik van NVPH nummers en/of beknopte omschrijvingen in advertenties, circulaires of prijslijsten. Hetzij op papier, hetzij digitaal met verkoop- of inkoop-prijzen indien gebruikt voor het direct uitvoeren van de handel  in postzegels met verwijzing naar “nummers en/of beschrijvingen volgens de catalogus NVPH”. Daarbij aantekenend dat het hier geen concurrerende publicatie voor de NVPH catalogus betreft.

  2. Het gebruik van NVPH nummers en/of beknopte omschrijvingen in publicaties of artikelen, het zij op papier, hetzij digitaal waarbij verwezen wordt naar enkele postzegels en ter verduidelijking NVPH nummers genoemd worden met verwijzing naar “nummers en/of beschrijvingen volgens catalogus NVPH”.

Al het ander gebruik van de nummering is in de gedachte van de uitgever dus verboden. Punt 2 is sowieso overbodig, omdat de wet met het zogenaamde citaat-recht dat al heeft geregeld, en het auteursrecht gaat over de verschijningsvorm en niet over de inhoud van de informatie. Desondanks komen dergelijke juridisch geformuleerde statements over het gebruik, of beter het verbod op het gebruik van de in de catalogus gebruikte nummers, ook bij de andere (print-)uitgevers van catalogi voor. In de voorwaarden van de online catalogi staat daar niets over en dat is ook terecht, want als je online groot wil worden wil je juist dat jouw nummers gebruikt gaan worden.

Dat verbod of beperkingen van de nummers is dom, en gebaseerd op een bekrompen gedachte voor schending van rechten met het gevolg een minachting voor hun uiteindelijke gebruikers (en – potentiële – kopers van hun catalogi) de verzamelaar en het missen van prachtige marketing tools, tenminste als de uitgevers begrijpen dat de verkoopstimulering van hun catalogi en hun strijd tegen concurrenten wezenlijk tot een gezonde bedrijfsvoering behoren.

postzegelalbums Davo NederlandLaten we eens als voorbeeld nemen de bedrijven,  zoals Davo en het Duitse Leuchtturm, die voorbedrukte albums produceren. Iedere verzamelaar heeft die en iedere verzamelaar weet dat als die albums in elk vakje ook het nummer van de postzegel zou bevatten – zoals in zijn! catalogus staat-  zijn leven een stuk eenvoudiger zou worden als verzamelaar. En dat niet alleen hij zal zijn album (ieder jaar) weer willen kopen, het zou vooral een prachtig marketing instrument zijn voor de merk trouw van zijn verzamelaar. Maar nee, ook de Michel Catalogus uitgever verbiedt de “Alben” zonder toestemming (de uitgever bedoelt zonder betaling) zijn nummering te gebruiken. Gemiste commerciële kans van de uitgever en geeft aan dat die uitgevers eigenlijk niet veel gelegen laten aan de behoefte van haar doelgroep de verzamelaars. Dat komt dat de postzegel-catalogus-uitgevers vooral denken dan hun handelaren hun doelgroep is en die handelaren zijn nu juist in het internettijdperk van hun troon gestoten en vele inmiddels in de

Voor de postzegelverzamelaar is de nummering voor de onderlinge communicatie wel heel belangrijk. Daarmee kan ze de vraag en aanbod, de lijst van missers, de inventaris van de verzameling eenduidig vastleggen. Maar omdat de verschillende catalogi uitgevers allemaal hun eigen nummering gebruiken, kan je dus allen effectief over je verzameling communiceren met verzamelaars die dezelfde catalogi gebruiken. In de Angelsaksische wereld is het gebruik van de Stanley Gibbon dominant. In de Franstalige wereld natuurlijk de Yvert, die ook alle handelaren in Europa gebruikte. Door het kwaliteitsverschil (Druk/papier-kwaliteit, consistentie informatie, frequentie van verschijnen) neemt de degelijke Duitse uitgever Michel die dominante positie steeds meer over.  Maar als je als verzamelaar besluit  – zoals ik dat een keer hebt gedaan – om over te stappen van de Yvert naar de Michel dan haal je je heel veel problemen op de hals.

Het is eigenlijk idioot dat de voortgaande keuze van een catalogus wordt bepaald door zijn nummering, want de verschillen tussen de uitgevers zit hem ook en vooral in de wijze van presentatie, pricing, frequentie, diepgang van de informatie per postzegel, landen-ordening, ordening van series en de vindbaarheid van motieven op postzegels. Voor de postzegelverzamelaar, die door het internet steeds mondialer kan gaan opereren, is het gebrek van eenheid van nummering uitermate vervelend.

Het is ook niet goed te begrijpen dat niet alle postzegels (zoals alle uitgegeven boeken in de wereld een unieke ISDN nummering hebben!) niet een universele postzegel-ID-nummering heeft, die door ALLE catalogus-uitgevers wordt gehanteerd, desnoods naast hun eigen ordening en (oude) ordeningsnummering.

Ik pleit voor zo’n universele unieke ID-nummer per postzegel, de Universal Stamp Indentification Nummer  (USID). Deze nummering moet worden beheerd door een stichting waarin ieder geval alle catalogus-uitgevers zitting hebben. De nummering – waarover ik in een volgende blog zal schrijven – kan dan naast de de huidige en eigen nummering van de catalogus-uitgevers worden gegeven. Dan weten alle verzamelaars en handelaren dat we in een bijzonder geval allemaal over die éne postzegel hebben.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *