Wie, hoe en waarop gaan we het regeringsbeleid rond de Corona-Crisis beoordelen?

Maar de vraag die daaraan vooraf gaat is: “hoe groot en diep was de crisis?” Immers niemand zal bestrijden dat als het land getroffen wordt, de overheid het recht en de plicht heeft het land en haar burgers te verdedigen en dus hard in te grijpen.

Dus als de omvang van de crisis vastgesteld is dienen de volgende vragen aan bod te komen:

  1. Hebben onze bestuurders en het ambtenaren apparaat de omvang en ernst van de crisis naar redelijkheid goed weten in te schatten, respectievelijk het oordeel gaande het proces naar bevindt van zaken correct bijgesteld?
  2. Heeft de overheid (regering en ambtenaren) een juiste inschatting kunnen maken – op basis van de toen bekende feiten – en gemaakt, van de beschikbaarheid en effectiviteit van de in te zetten maatregelen?
  3. Heeft de overheid de juiste middelen ingezet, respectievelijk bepaalde maatregelen terecht niet ingezet, en heeft de overheid na het inzetten ook vervolgens met nieuwe inzichten en de bewezen (in)effectiviteit juist beoordeeld?
  4. Heeft de overheid inzicht gehad in de negatieve en positieve effecten van hun maatregelen en daarbij een redelijke afweging gemaakt, respectievelijk heeft de overheid de juiste maatregelen genomen om de negatieve effecten te minimaliseren?
  5. Heeft de overheid inzicht gehad in de kosten van de genomen maatregelen en is ze redelijke wijze tot een juiste kosten/baten analyse gekomen? Met andere woorden waren de kosten te verantwoorden tegen de achtergrond van de omvang van de crisis?
  6. Is de overheid eerlijk en open geweest naar haar burgers over de wijze waarop men de maatregelen heeft genomen, uitgevoerd en gehandhaafd? Is ze in staat geweest haar burgers genoegzaam te overtuigen van de onvermijdelijkheid van haar crisis aanpak?

Wat de lezer misschien opvalt is dat ik bij het formuleren van de vragen nergens rep over de legitimiteit van de maatregelen, respectievelijk of het staatsrechtelijke juridische kader van de crisis-beheersing door de overheid adequaat was of is. Omdat ik vind dat een dergelijke vraag irrelevant is in tijde van serieuze crisis van het het land waarbij de bevolking gevaar loopt.
Het is letterlijk alleen voer voor juristen en geen burger (afgezien van een enkele actiegroep) zal wakker liggen van die vraag. Immers iedere burger begrijpt dat in tijden van nood het belangrijker is dat de regering daadkrachtig en effectief opereert in plaats van overal volgens de letter van de wet. Als de regering het in haar hoofd haalt om bepaalde maatregelen niet te nemen, alleen maar omdat hun de juridische basis ontbreekt is dat verwijtbaar.

Daarom is de inleidende vraag over de ware aard van de crisis de meest cruciale. Als de aard van de crisis de ingrijpende maatregelen niet rechtvaardigt, dan pas komt de juridische vraag van machtsmisbruik aan de orde.

Vervolgens het probleem van wie gaat de regering beoordelen. Traditioneel hebben journalisten daarin een voortouw, maar de traditionele media, inclusief de televisie rubrieken zijn gecorrumpeerd met de huidige elite van machthebbers en ambtenaren zodat zij daarin geen gezaghebbende rol zullen kunnen spelen. Bloggers worden vooral nog steeds niet serieus genomen. De tweede kamer zit vol met intellectuele zwakke broeders die daar zitten vanwege hun carrière plannen en zullen dus niet veel fundamenteels in kunnen en willen brengen. Laten we hopen dat we een volgende tenenkrommende Parlementaire Enquête weten te ontlopen.

Een ambtelijke commissie? Er zijn nauwelijks nog onafhankelijke deskundige ambtenaren te vinden, sinds men heeft bedacht dat, eerst de PvdA vanaf ‘tien-over-rood’, en nu ook de D66 en GL ambtenaren er zijn om politieke agenda’s te verwezenlijken.

Blijft over de burger zelf, die hun analyse en beoordeling, als ze daartoe al de behoefte heeft, niet georganiseerd zal gaan geven, tenzij zij door de absurditeit van de maatregelen in een soort van opstand modes komt tegen haar regelstellers.

Een commissie bestaande uit wetenschappelijk geschoolde buitenstaanders, uit het buitenland dus, dit het beste zullen kunnen doen. Voorstel is dat iedere politieke partijen in de tweede kamer één zo’n commissie lid mag aanwijzen en dat de deskundigen uit hun midden hun voorzitter en secretaris kiezen. De partijen uit de tweede kamer wijzen van alle Nederlandse Universiteiten één stafmedewerker voor om de commissie te ondersteunen.

Misschien krijgen we dan over een jaar of twee een evenwichtige beoordeling van het optreden van de onze bestuurders in Corona tijd.