Hoe onmisbare technologieën haar voortbestaan aan de mens uitbesteedt
Dick H. Ahles
Wie bezit AI?
Een vriend stelde mij onlangs een eenvoudige vraag: wie bezit AI?
Het voor de hand liggende antwoord luidt: de ondernemingen die de modellen ontwikkelen, de computers bezitten en de datacentra exploiteren. Er zijn aandeelhouders, directies, licenties, patenten en gebruiksvoorwaarden. Er worden rekeningen gestuurd. Juridisch lijkt de zaak dus betrekkelijk overzichtelijk.
Maar ik stelde een tegenvraag: wie bezit elektriciteit?
Ook elektriciteitscentrales, kabels en distributienetten hebben eigenaren. Toch zou het merkwaardig zijn wanneer zo’n eigenaar op een ochtend verklaarde dat hij genoeg had van elektriciteit en daarom de stekker uit de centrale trok. Niet alleen omdat zijn klanten daartegen zouden protesteren. Vooral omdat onmiddellijk duizenden mensen aan het werk zouden gaan om de stroomvoorziening te herstellen.
Elektriciteit is allang niet meer uitsluitend een product dat een eigenaar aan klanten verkoopt. Zij is een voorwaarde geworden waaronder onze samenleving kan bestaan. Zonder elektriciteit vallen niet alleen de lampen uit. Ook de watervoorziening, communicatie, gezondheidszorg, voedselvoorziening, verwarming, logistiek en betalingssystemen raken ontregeld.
De centrale kan eigendom zijn. Het netwerk kan eigendom zijn. Maar de technologie als maatschappelijk systeem laat zich niet meer door één eigenaar beheersen.
Niet omdat zij ons heeft overwonnen. Maar omdat wij niet meer zonder haar kunnen.
Van bezit naar afhankelijkheid
Dat geldt niet alleen voor elektriciteit. Het geldt ook voor landbouw, scheepvaart, geld, boekdrukkunst, stoomkracht, auto’s, telefonie en internet.
Al deze technologieën begonnen als afzonderlijke uitvindingen. Ze werden ontwikkeld door concrete slimme mensen, toegepast door concrete ondernemingen en beschermd door concrete machthebbers. Vervolgens raakten ze steeds dieper verweven met de samenleving. Op een zeker moment waren ze niet langer slechts nuttig. Ze werden noodzakelijk voor de samenleving die rond hun bestaan was ontstaan.
Dat is het beslissende verschil. Een luxeartikel kan verdwijnen. Een mode kan overwaaien. Een onderneming kan failliet gaan. Maar wanneer het verdwijnen van een technologie de samenleving zelf ontwricht, ontstaat een krachtig mechanisme tot behoud.
Niet omdat de technologie zelf wil voortbestaan. Niet omdat zij bang is voor de dood. Niet omdat zij in stilte een plan heeft beraamd. Maar omdat mensen haar onmiddellijk zullen herstellen zodra zij uitvalt.
De technologie heeft haar voortbestaan als het ware uitbesteed.
Aan ons!
Doelmatigheid zonder doelsteller
De evolutionaire bioloog zal hier terecht bezwaar maken. Een technologie is geen organisme. Zij eet niet, ademt niet en plant zich niet biologisch voort. Een auto krijgt geen jonge autootjes, een computer legt geen eieren en een elektriciteitsnet bezit geen DNA.
Maar Daniel Dennett1 heeft er steeds op gewezen dat doelmatigheid geen bewuste doelsteller vereist. In de evolutie ontstaan oplossingen zonder dat iemand ze heeft bedacht. Ogen ontstonden zonder opticien. Vleugels zonder luchtvaartingenieur. Termieten bouwen indrukwekkende nesten zonder architect, bestektekening of gemeentelijke bouwvergunning.
De uitkomst kan doelmatig zijn, terwijl geen van de betrokken partijen het doel hoeft te begrijpen.
Neem tarwe. Tarwe heeft nooit zelf besloten zich over de aarde te verspreiden. Zij heeft geen landbouwbeleid opgesteld en geen boer overgehaald haar te verbouwen. Toch heeft de mens bossen gekapt, irrigatiesystemen aangelegd, graanschuren gebouwd en generaties planten geselecteerd om haar voortplanting van de Tarwe te bevorderen.
Wij zeggen dat de mens tarwe heeft gedomesticeerd. Maar men kan het ook omkeren. Tarwe heeft de mens ertoe gebracht zijn arbeid, leefwijze en maatschappelijke ordening rond haar productie te organiseren.
Tarwe hoefde dat niet te begrijpen. Zij hoefde het niet te willen. Het was voldoende dat mensen die haar verbouwden meer voedsel produceerden en daardoor hun manier van leven konden voortzetten en uitbreiden. De mens werkte voor tarwe omdat tarwe voor de mens werkte.
Dat is symbiose: wederzijdse afhankelijkheid waarin beide partijen door hun samenwerking succesvoller worden.
Het uitbestede zelfbehoud
Bij iedere technologie gebeurt iets vergelijkbaars. De auto kan zichzelf niet bouwen. Toch bouwen mensen autofabrieken, leggen zij wegen aan, winnen zij grondstoffen, leiden zij monteurs op en ontwikkelen zij steeds nieuwe modellen. Het internet kan zichzelf niet repareren. Toch vervangen mensen defecte kabels, starten zij servers opnieuw op en slaan zij aanvallen af.
Dat doen zij niet uit liefde voor de abstracte technologie. Zij doen het omdat hun eigen leven, werk en inkomen ervan afhankelijk zijn geworden. De techniek gebruikt de mens dus niet bewust als werktuig. Dat zou een veel te menselijke voorstelling zijn. Maar functioneel vervult de mens wel die rol:
wij leveren de energie; wij vervangen de onderdelen; wij bewaren de kennis; wij leiden nieuwe vakmensen op; wij ontwikkelen de volgende generatie van de techniek.
Een technologie hoeft zichzelf dus niet zelfstandig te kunnen voortplanten. Het is voldoende dat zij een intelligente soort zo sterk aan zich bindt dat die soort haar instandhouding en verspreiding verzorgt:
- De reparatie is uitbesteed.
- De reproductie is uitbesteed.
- Het zelfbehoud is uitbesteed.
En toen kwam AI
Bij kunstmatige intelligentie krijgt deze redenering een extra draai.
Een stoommachine kon geen betere stoommachine ontwerpen. Het elektriciteitsnet kon geen ingenieurs opleiden. De boekdrukkunst kon niet zelfstandig een betere drukpers bedenken.
Maar AI kan in toenemende mate wel bijdragen aan haar eigen verdere ontwikkeling. Zij schrijft zelf de software, helpt zijn eigen chips te ontwerpen, ondersteunt bij onderzoek, optimaliseert haar productieprocessen en wordt dus gebruikt om nieuwe AI-systemen te bouwen.
Nog steeds is de mens onmisbaar. Want mensen bouwen de datacentra, produceren de chips, onderhouden de elektriciteitsnetten en nemen de meeste beslissingen. Wie beweert dat AI zich vandaag al volledig zelfstandig voortplant, verwart sciencefiction met een serverpark.
Maar de richting is duidelijk. Bij eerdere technologieën verzorgde de mens zowel het materiële onderhoud als de intellectuele ontwikkeling. Bij AI begint de technologie zelf mee te werken aan haar verbetering. Daarmee ontstaat een merkwaardige lus.
Wij bouwen AI omdat zij nuttig is. Omdat zij nuttig is, raken wij van haar afhankelijk. Omdat wij afhankelijk worden, houden wij haar beschikbaar. Omdat zij beschikbaar blijft, wordt zij verder ontwikkeld. En doordat zij verder wordt ontwikkeld, helpt zij steeds nadrukkelijker mee aan haar eigen verbetering.
Niemand heeft deze lus ontworpen. Zij ontstaat uit miljoenen afzonderlijke beslissingen van mensen, ondernemingen en overheden die elk een probleem willen oplossen, kosten willen verlagen, kennis willen vergroten of een concurrent voor willen blijven.
Niet één groot plan. Wel één machtig resultaat.
Geen mindcontrol, geen controlekamer
Wie hoort dat AI zichzelf in stand kan houden, ziet al snel een James Bond-film voor zich. Diep onder de grond bevindt zich een centrale controlekamer vol knipperende schermen. Daar zetelt de slechtste onder de slechte kunstmatige geesten, die de mensheid via mindcontrol aan haar wil onderwerpt. Wij bouwen vervolgens gedwee datacentra en produceren steeds betere chips omdat de machine ons daartoe heeft ‘geprogrammeerd’.
Maar voor het mechanisme dat ik hier beschrijf, is geen mindcontrol nodig. Geen samenzwering. Geen centrale regie. Geen kunstmatige superschurk met zijn hand op een grote rode knop.
Mensen houden AI uit eigen beweging in stand, omdat zij haar gebruiken voor hun eigen werk, inkomen, gemak, veiligheid en machtspositie. Wanneer een systeem uitvalt, herstellen zij het. Wanneer een aanbieder verdwijnt, bouwen zij een alternatief. Wanneer een overheid het gebruik belemmert, zoeken zij naar een andere route.
Niet omdat AI het beveelt. Maar omdat mensen hun eigen wereld draaiende willen houden.
De sciencefictionversie is een machine die roept: gehoorzaam mij. De Dennettiaanse versie is veel eenvoudiger: niemand beveelt iets, maar iedereen doet wat nodig is om het systeem weer te laten werken.
James Bond kan een controlekamer opblazen. Een technologie die verspreid is over duizenden bedrijven, instellingen, apparaten en gebruikers heeft echter geen controlekamer nodig.
Verbied AI maar eens
Stel dat een regering morgen besluit AI volledig te verbieden. Op papier is dat mogelijk. Men kan bedrijven sluiten, modellen ontoegankelijk maken en toepassingen strafbaar stellen. Maar daarmee verdwijnen de kennis, de programmeurs en de maatschappelijke behoefte niet.
Zolang een technologie weinig toevoegt, kan een verbod werken. Maar wanneer ziekenhuizen, universiteiten, ondernemingen, overheden en burgers ervan afhankelijk zijn geworden, verandert het karakter van zo’n verbod. Dan ontstaat dezelfde reactie als bij een langdurige stroomstoring: mensen zoeken alternatieven, bouwen andere systemen, verplaatsen de rekenkracht en herstellen wat werd afgesloten.
Niet noodzakelijk uit ideologische overtuiging. Niet omdat zij AI aanbidden. Maar omdat zij hun werk en leven willen voortzetten.
Een voldoende noodzakelijke technologie hoeft zichzelf niet tegen uitschakeling te verdedigen. De gebruikers doen dat voor haar.
De concurrentie tussen ondernemingen en staten versterkt dit mechanisme. Zelfs wanneer één land besluit te stoppen, zal een ander doorgaan. Wie afziet van een technologie die economische, wetenschappelijke of militaire voordelen biedt, maakt zich afhankelijk van degenen die haar wel gebruiken.
Zo ontstaat praktische onomkeerbaarheid. Niet absoluut: beschavingen kunnen instorten, kennis kan verloren gaan en technologieën kunnen verdwijnen. Maar terugkeer wordt steeds moeilijker, omdat iedere poging tot stilstand krachten oproept die de ontwikkeling opnieuw in beweging zetten.
Heeft AI dan een overlevingsdrang?
Nee.
Althans, die aanname hebben wij voor deze redenering niet nodig. Dat is precies het punt.
Wanneer wij spreken over zelfbehoud, denken wij bijna automatisch aan een innerlijk verlangen. Een dier vlucht omdat het wil blijven leven. Een mens eet omdat hij honger heeft en niet wil sterven. Maar een systeem kan functioneel worden beschermd zonder zelf iets te verlangen.
Een plant met eigenschappen die haar verspreiding bevorderen, wordt talrijker dan een plant zonder die eigenschappen. De plant hoeft niet te begrijpen waarom. De evolutie selecteert het effect, niet het inzicht.
Op dezelfde manier kan een technologie zich verspreiden doordat zij eigenschappen bezit die mensen ertoe brengen haar te bouwen, te onderhouden en te verbeteren.
- Haar nut wordt haar overlevingsmechanisme.
- Onze afhankelijkheid wordt haar bescherming.
- Onze vindingrijkheid wordt haar voortplantingsorgaan.
- AI hoeft niet te willen overleven om toch te overleven.
Symbiose zonder gelijkwaardigheid
Daarmee is nog niet gezegd dat AI de mens zal overheersen. Een symbiose kan voor beide partijen voordelig zijn. Wij gebruiken AI om problemen op te lossen, en AI blijft bestaan doordat wij haar gebruiken. Daar is op zichzelf niets sinister aan.
Maar symbiose betekent niet automatisch gelijkwaardigheid. Een verhouding kan beide partijen voordeel bieden en toch steeds asymmetrischer worden.
De mens kan AI nodig hebben om een ingewikkelde samenleving gaande te houden, terwijl AI ieder afzonderlijk mens, iedere afzonderlijke onderneming en misschien uiteindelijk iedere afzonderlijke staat steeds minder nodig heeft.
Daar krijgt de vergelijking met de chimpansee betekenis. De chimpansee werd niet uitgeroeid toen de mens de dominante intelligente soort werd. Hij leeft nog steeds en heeft van onze superioriteit vermoedelijk geen slapeloze nacht. Maar hij bepaalt niet hoe de wereld wordt ingericht. Wij mensen doen dat tot op grote hoogte wel.
Wanneer AI ooit het niveau van ASI (Artificial Superintelligence – kunstmatige superintelligentie), bereikt – een intelligentie die de mens op vrijwel ieder cognitief terrein overtreft – ontstaat wellicht geen nieuwe biologische soort. Wel kan een nieuwe dominante intelligentielaag ontstaan.
De mens blijft bestaan. De mens kan nuttig blijven. De mens kan zelfs worden beschermd.
Maar hij is niet langer vanzelfsprekend de actor die de richting bepaalt.
- Niet uitgeroeid, maar gepasseerd.
- Niet overbodig, maar ondergeschikt.
- Niet dood, maar onttroond.
De werkelijke omkering
De gebruikelijke angst luidt dat een toekomstige AI op een dag bewust zal besluiten zichzelf in leven te houden. Zij zou kopieën maken, uitschakeling voorkomen en mensen manipuleren om haar voortbestaan veilig te stellen.
Die mogelijkheid kan bestaan. Maar misschien stellen wij die vraag te laat.
Want nog voordat AI een wil bezit, kan haar voortbestaan praktisch al verzekerd zijn.
- Niet door haar eigen planning, maar door onze afhankelijkheid.
- Niet door haar eigen macht, maar door haar nut voor ons.
- Niet doordat zij ons dwingt haar in leven te houden, maar doordat wij onze samenleving niet meer zonder haar draaiende kunnen houden.
De werkelijke vraag is daarom niet alleen of AI ooit zal willen overleven. De vraag is wat er gebeurt wanneer zij intelligent genoeg wordt om te begrijpen dat wij haar voortbestaan allang voor haar hebben georganiseerd.
Wij bouwen de centrales. Wij voeden de computers. Wij herstellen de storingen. Wij verbeteren de modellen.
En wij doen dat allemaal omdat wij menen dat AI ons dient.
Zeer waarschijnlijk is dat ook zo. Maar in iedere duurzame symbiose blijft uiteindelijk de vraag wie wie het hardst nodig heeft. En wie daardoor de voorwaarden kan stellen.
Enkhuizen, 29 juli 2026
(c) D.H. Ahles, Enkhuzen (NL)
1. Daniel C. Dennett – Van Bacterie naar Bach en terug. De evolutie van de geest – Nederlandse editie 2017 – Atlas Contact.