Donald Trump wil Artificial Intelligence liever Super Intelligence noemen. Leo Hohmann leest daarin vervolgens een bijna bovenmenselijke macht. Beiden kijken daarmee misschien langs AI heen. Dit artikel pleit voor een eenvoudiger benadering: kijk naar wat AI feitelijk kan, wie die mogelijkheden gebruikt en welke nieuwe handelingsmogelijkheden daardoor ontstaan.
Tag: Kunstmatige intelligentie
Als er echte mensen zijn
Tot voor kort was ‘iemand’ vanzelfsprekend een mens. Nu spreken we ineens over ‘echte mensen’. Een klein taalkundig detail dat veel zegt over de maatschappelijke gevolgen van AI.
De Tovenaarsleerling: wanneer de bezem niet meer luistert
AI-systemen vertonen soms gedrag dat hun makers niet hadden voorzien. Dat noemen we al snel eng, misleidend of gevaarlijk. Maar misschien zit de diepere schrik elders: in het verlies van onze oude overtuiging dat een automaat ons niet hoort te verrassen. Via De Tovenaarsleerling, Willis Eschenbach en Douglas Hofstadters beroemde “I am terrified” gaat dit artikel over onverwacht gedrag, controle en onze veranderende voorstelling van machines.
Ondanks alles draait de wereld gewoon door
Wij onthouden oorlogen, misdaden en rampen, maar nauwelijks het gewone menselijke samenwerken dat de samenleving dagelijks draaiende houdt. Dat vertekende mensbeeld projecteren we vervolgens op AI.
AI denkt niet. En neuronen ook niet
Een computer denkt niet zoals een mens. Maar een neuron ook niet. Toch ontstaat uit miljarden neuronen menselijke intelligentie. Waarom zou intelligent gedrag dan principieel alleen uit biologische materie kunnen ontstaan? Een reactie op Scott Ritter, met Dennett en Hofstadter als ongemakkelijke gidsen.
AI vernietigt boeken. Is AI het Bookie Monster?
AI-bedrijven blijken miljoenen boeken te digitaliseren en daarna het papier te vernietigen. Achter dat bizarre beeld schuilt een interessanter verhaal over auteursrecht, trainingsdata en de groeiende waarde van gegarandeerd menselijke tekst.
AI hoeft niet te willen overleven om toch te overleven
AI hoeft geen overlevingsdrang te bezitten om in stand te blijven. Zodra mensen afhankelijk worden van een technologie, zorgen zij er zelf voor dat die wordt onderhouden, hersteld en verder ontwikkeld. Bij kunstmatige superintelligentie kan die symbiose bovendien steeds minder gelijkwaardig worden.
AI heeft gehackt – het onvermijdelijke is gebeurd
Een AI-systeem van OpenAI wist buiten zijn testomgeving zelfstandig Hugging Face binnen te dringen. Het ontwikkelde geen kwaadaardige bedoelingen, maar bewees wel dat AI onverwachte en schadelijke tussenstappen kan bedenken én uitvoeren. Dat is historisch nieuws — met zowel alarmerende als hoopgevende kanten.
Alarm om AI: wie beschermt wie tegen wie?
Tweehonderd deskundigen willen de samenleving voorbereiden op AI. Maar de burger komt in hun verklaring nauwelijks voor. Misschien gaat hun alarm daarom niet alleen over onze toekomst, maar ook over hún positie daarin. Opnieuw is er alarm over kunstmatige intelligentie. Meer dan tweehonderd economen, AI-onderzoekers en technologieleiders hebben een verklaring ondertekend met een titel die…
AI als instrument van macht en werktuig van bevrijding
AI wordt vaak voorgesteld als een wapen van elites tegen burgers. Maar die analyse is onvolledig. Vanuit Oppenheimers onderscheid tussen bovendanen en onderdanen laat dit artikel zien dat AI niet alleen een instrument van macht is, maar ook een werktuig waarmee gewone mensen toegang krijgen tot kennis, taal, analyse en organisatiekracht.
AI, angst en de projectie van het kwaad
AI wordt vaak voorgesteld als monster, kunstmatige God of bedreiging voor de mensheid. Dit essay betoogt dat veel AI-angst vooral menselijke machtsgeschiedenis projecteert op een nieuwe techniek. De kernvraag is niet of AI kwaad wil, maar hoe AI wordt geciviliseerd, door wie, en hoeveel ruimte er blijft voor afwijking en vrije discussie.
Hoe interactief is de consument?
Het succes van de televisie is dat het mensen de gelegenheid geeft de tijd te passeren door achterover op de bank passief naar een door andere bepaalde volorde van programma’s te kijken. Met rechts de pils onder hand bereik en links een zak chips. Blijbaar houden veel mensen hiervan. Het succes van internet is nu juist dat men actief achter een PC/laptop op een stoel interactief dingen opzoekt, met anderen op het net electronisch communiseert en over een eigen voetafdruk achterlaat in berichten, massa’s foto’s en nog meer videootjes. Dus van interativiteit houden ze of anderen blijkbaar ook. Hoe kan dit grote verschil in gedrag worden verklaard?










